Engeltjes van vilt maken – Een eerste kennismaking met naaldvilten
Creatief werken met schapenwol en een viltnaald
De leerlingen maken kennis met de techniek van het naaldvilten en maken van gekleurde schapenwol een decoratieve engel. Daarbij ervaren ze hoe losse wolvezels door gerichte bewerking samenkomen tot stevige vormen. Stap voor stap ontstaat er een driedimensionaal figuurtje waarbij ze zelf de kleding, het haar en de versieringen kunnen ontwerpen. Het project combineert creatief werken met textielontwerp en stimuleert tegelijkertijd de fijne motoriek, concentratie en ruimtelijk inzicht.
Geschikt voor:
vanaf groep 3
vanaf 8 jaar
Tijdsbestek:
2-3 lesuren
Leergebied:
- Textielontwerp
- Fijne motoriek
- Naaldvilten / droogvilten
- Creatief ontwerpen
Wat wordt er onderwezen?
De volgende competentiegebieden worden met dit model bijzonder versterkt:
Vakkennis;
- Kennismaking met de techniek van het naaldvilten
- Inzicht in de materiaaleigenschappen van schapenwol
- Driedimensionaal ontwerpen met textielmaterialen
- Werken met draad, wol en sieradenelementen
Creativiteit:
- Individuele kleur- en vormgeving
- Ontwikkeling van eigen figuurvarianten
- Ontwerpen van kleding, haar en decoraties
- Experimenteren met verschillende materialen
Persoonlijke ontwikkeling:
- Bevordering van uithoudingsvermogen en concentratie
- Versterking van het zelfvertrouwen door zichtbare creatieve successen
- Ontwikkeling van geduld en zorgvuldig werken
- Bevordering van zelfstandig beslissen
Motorische vaardigheden:
- Training van de fijne motoriek
- Verbetering van de oog-handcoördinatie
- Nauwkeurig werken met een viltnaald en wol
- Ontwikkeling van de tactiele waarneming
Dit is nodig:
Materiaal:
- Schapenwol in verschillende kleuren
- Papierdraad
- Borduurgaren
- Kralen of sieradenelementen
Gereedschap:
- Viltnaald (grof)
- Viltonderlaag
- Schaar
- Meetlint of liniaal
- Borduurnaald
- Zijkniptang
- Werkondergrond
Lesverloop:
In het begin verdiepen de leerlingen zich in het materiaal schapenwol en ontdekken ze de bijzondere eigenschappen ervan. Aan de hand van voorbeelden maken ze kennis met de techniek van het naaldvilten en leren ze hoe uit losse vezels stevige driedimensionale vormen kunnen ontstaan.
In het verdere verloop ontwikkelen de kinderen vanuit afzonderlijke basisvormen een figuur en houden ze zich bezig met verhoudingen, vormgeving en ruimtelijke opbouw. Daarbij nemen ze voortdurend creatieve beslissingen met betrekking tot kleuren, kleding en decoratieve details. Door stapsgewijs verschillende vormgevingselementen toe te voegen, groeit de figuur uit tot een unieke engel.
Tijdens de werkfase reflecteren de leerlingen steeds weer op hun ontwerpideeën, vergelijken ze verschillende oplossingen en ervaren ze hoe uit eenvoudige materialen zelfstandige kunstobjecten ontstaan. De voltooide engeltjes kunnen uiteindelijk worden gepresenteerd, cadeau worden gegeven of als seizoensdecoratie worden gebruikt.
TIP VOOR DE LES:
Voordat je aan het eigenlijke project begint, is het de moeite waard om eerst even te oefenen op een klein stukje wol. Zo leren de kinderen veilig omgaan met de viltnaald en krijgen ze sneller gevoel voor hoe de wolvezels tijdens het vilten veranderen.
Zo eenvoudig is het:
STAP 9
Maak de armen en het bovenlichaam van scheerwol in een andere kleur.
TIP! Losse uiteinden van de scheerwol kunnen met de viltnaald worden vastgezet door er meerdere keren in te prikken. Leg het model hiervoor op een viltondergrond.
STAP 10
Trek voor de jurk een dikke streng scheerwol van ongeveer 30 cm lang af. Maak in het midden een opening.
STAP 13
Neem een stuk scheerwol van ongeveer 20 cm lang voor de engelenvleugels. Bevestig dit in het midden, aan de achterkant van het figuurtje, door er met de viltnaald in te prikken.
STAP 14
Maak de haardos met extra strengen scheerwol. Bevestig deze aan het hoofd met de viltnaald. Bind het haar vervolgens aan de zijkant met een stukje borduurgaren (ca. 20 cm) tot een vlecht.
STAP 15
Knip voor het ophangkoordje ongeveer 30 cm borduurgaren af. Haal het garen met de borduurnaald door de bovenste lus en knoop beide draden aan elkaar tot een lus.
Voer vervolgens het borduurgaren (ca. 20 cm) met een naald in het midden door de tailleband. Rijg een kraal aan, knoop de twee even lange uiteinden van het garen aan elkaar vast en laat de uiteinden loshangen. Vorm de jurk tot een druppel.