Kleurenleer
Meng kleuren, neem ze waar en leer hoe ze zich tot elkaar verhouden
Het bestuderen van kleuren is een belangrijk onderdeel van kunstlessen en inspireert kunstenaars al eeuwenlang. Velen hebben geprobeerd uit te vinden welk effect verschillende kleuren op ons hebben en hoe ze het beste gecombineerd kunnen worden. Een van deze kunstenaars was Johannes Itten.
Hij ontwierp de beroemde "Itten kleurencirkel" om kleuren in een logische volgorde te plaatsen en het makkelijker te maken om je de vele verschillende tinten voor te stellen. Dit combineert theorie en praktisch ontwerp op een bijzonder levendige manier. In plaats van abstracte concepten te leren, ontdekken leerlingen kleurrelaties direct tijdens het schilderen en mengen.
Typische leerprocessen in de klas:
- Primaire kleuren herkennen en bewust gebruiken
- Kleuren zelf mengen en nieuwe tinten ontdekken
- Kleurcontrasten en hun effect waarnemen
- Gericht complementaire kleuren uitproberen
- Plannen en bewust ontwerpen van hun eigen kleurenplaatjes.
Zo ontstaat een basiskennis van kleur die kinderen in veel creatieve projecten kunnen blijven gebruiken.
Projecten afstemmen op het onderwerp:
Bijpassende producten over dit onderwerp:
Tekenpapier (A4) 120 g/m2, 50 vel
Verftabletten (16 x 44 mm) 14 kleuren
Marabu acrylverf set - Mixed Media 5 x 100 ml
Voordeelset: plakkaat-/schoolverf 6 x 500 ml
Amsterdam acrylverf primaire kleuren (5 x 120 ml)
Isaac Newton (1643 - 1727) Natuurkundige, astronoom en wiskundige
Isaac Newton splitste wit daglicht in spectraalkleuren met behulp van een prisma, bracht ze weer samen tot wit licht en vond de complementaire kleuren. Toen hij de 7 hoofdkleuren telde, merkte hij op dat het violette uiteinde van de kleurencirkel verbonden was met het rode begin. Goethe probeerde dit te weerleggen en ontwikkelde zijn eigen kleurentheorie. Deze was eerder gebaseerd op esthetische dan op wetenschappelijke overwegingen.
Johann Wolfgang von Goethe (1749 - 1832) Dichter, politicus en natuuronderzoeker
Goethe beweerde dat wit licht iets puurs en ondeelbaars was. Kleuren daarentegen bestaan uit licht en donker, een grensverschijnsel van licht en duisternis. Geel (licht) ligt op de grens van helderheid, blauw (duisternis) op de grens van duisternis. Mengsels van licht en donker creëren penumbra. Dit betekent dat mengsels van spectrale kleuren nooit wit licht kunnen opleveren.
Spectraalkleuren = wanneer zonlicht wordt gebroken in regendruppels, wordt het gebroken in spectraalkleuren en ontstaat er een regenboog. Als pigmentkleuren zoals rood, oranje, geel, groen, blauw en violet daarentegen met elkaar worden gemengd, is het resultaat zwartgrijs.
Johannes Itten (1888 - 1967) schilder en kunstdocent
De kleurencirkel van Itten is de meest gebruikte kleurencirkel op het gebied van kleurtheorie. Dit komt doordat Johannes Itten erin slaagde om de relaties tussen kleuren weer te geven met behulp van slechts 12 kleuren en op een gemakkelijk te begrijpen manier. Alle secundaire kleuren kunnen worden gemengd uit slechts drie primaire kleuren of hoofdkleuren. Vandaag de dag wordt Ittens kleurentheorie beschouwd als een absoluut opmerkelijk hulpmiddel voor krachtige beelden.
De 12 kleuren zijn als volgt gerangschikt in Ittens kleurencirkel:
Geel staat bovenaan de kleurencirkel. De andere basiskleuren (primaire kleuren) rood en blauw staan elk 120° uit elkaar. Daartussen liggen de secundaire kleuren en de tertiaire kleuren liggen tussen de respectieve primaire en secundaire kleuren.
Primaire kleuren:
Rood, geel, blauw
Secundaire kleuren:
Mengsel van de primaire kleuren
Groen (geel + blauw)
Violet (blauw + rood)
Oranje (rood + geel)
Tertiaire kleuren:
Mengsel van de secundaire kleuren
Blauw-violet, paars-rood, oranje-rood, geel-oranje, blauw-groen, geel-groen
Van Newton tot Goethe - hoe de kleurenleer tot stand kwam
De wetenschappelijke studie van kleuren begon al in de 17e eeuw. De natuurkundige, astronoom en wiskundige Isaac Newton (1643-1727) bestudeerde licht en ontdekte dat wit licht met behulp van een prisma kan worden opgesplitst in verschillende spectraalkleuren. Deze kleuren - rood, oranje, geel, groen, blauw en violet - vormen ook het kleurenspectrum van een regenboog. Newton ontdekte dat deze kleuren in een cirkel kunnen worden gerangschikt. Hij herkende ook de eerste complementaire kleuren, d.w.z. kleuren die in een cirkel tegenover elkaar liggen en bijzonder sterke contrasten vormen.
De dichter en natuurwetenschapper Johann Wolfgang von Goethe (1749-1832) was het niet eens met de puur natuurkundige kijk van Newton. In zijn kleurenleer richtte hij zich meer op de waarneming van kleuren door mensen. Voor Goethe ontstaan kleuren door het samenspel van licht en duisternis. Hij categoriseerde geel als licht en blauw als donker. Zijn benadering was minder wetenschappelijk en meer esthetisch en perceptiegericht.
Beide benaderingen tonen aan: Kleuren kunnen vanuit verschillende perspectieven bekeken worden - wetenschappelijk, psychologisch of artistiek. In kunstlessen ligt de nadruk vooral op de praktische toepassing en het bewust ontwerpen met kleuren.
Ittens kleurencirkel - een eenvoudig model voor complexe kleurrelaties
De Zwitserse schilder en kunstdocent Johannes Itten (1888–1967) ontwikkelde een kleurencirkel die tegenwoordig tot de bekendste modellen van de kleurentheorie behoort. Zijn doel was om de relaties tussen kleuren duidelijk, overzichtelijk en gemakkelijk begrijpelijk weer te geven.
De kleurencirkel bestaat uit 12 kleuren die zijn afgeleid van drie basiskleuren:
Primaire kleuren (basiskleuren) – Deze kleuren kunnen niet worden verkregen door andere kleuren te mengen:
rood, geel, blauw
Secundaire kleuren – Deze ontstaan door het mengen van twee primaire kleuren:
- Groen (geel + blauw)
- Paars (blauw + rood)
- Oranje (rood + geel)
- Geeloranje
- Oranjerood
- Paarsrood
- Blauwviolet
- Blauwgroen
- Geelgroen
In de kleurencirkel zijn deze kleuren cirkelvormig gerangschikt. Geel bevindt zich bovenaan, rood en blauw zijn elk 120° ten opzichte van elkaar verschoven. Daartussen liggen de secundaire kleuren, terwijl de tertiaire kleuren de overgangen vormen. Deze duidelijke structuur maakt de kleurencirkel bijzonder begrijpelijk en stelt kinderen in staat om kleuren systematisch te ontdekken en te mengen.
Een belangrijk inzicht uit de kleurentheorie is het principe van de complementaire kleuren. Deze kleuren liggen in de kleurencirkel recht tegenover elkaar en vormen een bijzonder sterk contrast.
Typische voorbeelden van complementaire kleuren zijn:
- rood en groen
- Blauw en oranje
- Geel en paars
Wanneer complementaire kleuren naast elkaar worden gebruikt, versterken ze elkaars effect. Beelden komen levendiger en kleurintensiever over.
In de kunstles biedt deze kennis tal van creatieve mogelijkheden. Leerlingen kunnen doelgericht experimenteren met kleurcontrasten, harmonieën en mengkleuren. Zo ontwikkelen ze een gevoel voor hoe kleuren kunnen worden ingezet om bepaalde stemmingen of beeldeffecten te creëren. Belangrijkste hulpmiddelen
De kleurencirkel van Itten biedt hiervoor een bijzonder nuttig houvast – en is daarom tot op de dag van vandaag een van de belangrijkste hulpmiddelen van de kleurentheorie in de kunstles.