Ontdek het weven, probeer het eens uit en ga creatief aan de slag
Creatieve projecten met wol, garen en weefraam
Weven is een van de traditionele textieltechnieken en biedt kinderen bijzonder veel mogelijkheden om met hun eigen handen materialen, kleuren en structuren te ontdekken. Op deze pagina verzamelen we gevarieerde weefideeën voor de basisschool, de handvaardigheids- en vormgevingslessen, creatieve middagen en gezamenlijke projecten thuis.
Van het eerste kleine geweven werkje tot een kleurrijk wandkleed: de projecten kunnen stap voor stap worden uitgevoerd en bieden veel ruimte voor eigen ideeën. Voorkennis is daarbij niet nodig. Met een eenvoudig weefraam, wat wol en een paar basistechnieken zijn de eerste succeservaringen al snel een feit.
Basisinstructies: weven met het weefraam
Voor de eerste weefpogingen is niet veel nodig:
- weefraam
- stevig garen voor de kettingdraden
- Wol of ander garen om mee te weven
- Weefnaald of schuitje
- schaar
- eventueel een kam of weefkam
1. Het weefraam bespannen
Het kettinggaren wordt zo gelijkmatig mogelijk over het weefraam gespannen. De afzonderlijke draden moeten parallel lopen en mogen niet te los of te strak gespannen zijn.
2. De inslagdraad voorbereiden
Knip een stukje wol of garen af en rijg dit in een weefnaald. Vooral in het begin zijn kortere draden vaak gemakkelijker te hanteren dan zeer lange stukken garen.
3. Afwisselend weven
De weefnaald wordt nu afwisselend over een kettingdraad en onder de volgende kettingdraad doorgevoerd. In de volgende rij begint het patroon precies omgekeerd: waar de draad eerder over de kettingdraad liep, wordt hij nu eronder doorgevoerd. Zo ontstaat geleidelijk een gesloten weefvlak.
4. Rijen naar elkaar toe schuiven
Na enkele rijen kunnen de inslagdraden voorzichtig met de vingers of een weefkam tegen elkaar worden geschoven. Daarbij mag het weefsel niet te sterk worden verdicht.
5. Van kleur en materiaal wisselen
Je kunt op elk moment met een nieuw garen beginnen. Verschillende kleuren, wol diktes en materialen zorgen voor spannende effecten.
6. Het weefwerk afwerken
Zodra het gewenste formaat is bereikt, wordt het werkstuk voorzichtig van het weefraam gehaald. De kettingdraden kunnen vervolgens, afhankelijk van het project, worden geknoopt, vastgenaaid of tot franjes worden verwerkt.
Over de webprojecten:
Bijpassende producten op het gebied van weven
Alles wat je moet weten over weven
Het weven maakt al duizenden jaren deel uit van het leven van de mens. Lang voordat textiel op industriële schaal werd geproduceerd, ontstonden stoffen door het systematisch kruisen van draden. Het basisprincipe is tot op de dag van vandaag nauwelijks veranderd: in de lengterichting lopende kettingdraden worden verbonden met in de breedterichting lopende inslagdraden.
Uit deze aanvankelijk eenvoudige techniek ontwikkelden zich in verschillende regio’s van de wereld diverse weeftradities, gereedschappen, patronen en materialen. Geweven textiel werd en wordt onder andere gebruikt voor kleding, dekens, tapijten, tassen, wandkleden en talrijke alledaagse voorwerpen.
Tegenwoordig komen we weven zowel tegen in de industriële textielproductie als in de traditionele ambachten, in kunst en design en natuurlijk bij creatieve activiteiten met kinderen.
Juist daarom leent dit thema zich uitstekend om een verband te leggen tussen cultuurtechniek, ambacht, materiaalkunde en eigen creativiteit.
Welke soorten weeftechnieken zijn er?
De bekendste weeftechniek is de zogenaamde platbinding. Hierbij wordt de inslagdraad steeds afwisselend over en onder de kettingdraden doorgevoerd. In de volgende rij wordt de volgorde verschoven. Hierdoor ontstaat een gelijkmatig en relatief stabiel weefsel.
Deze techniek is bijzonder geschikt voor het weven op de basisschool, omdat het principe snel te begrijpen is.
Daarnaast zijn er talrijke andere mogelijkheden en weefpatronen.
Bij de keperstructuur lopen de draden verspringend kruislings over elkaar. Hierdoor ontstaan karakteristieke diagonale lijnen.
Bij de atlasbinding worden ketting- en inslagdraden met grotere tussenruimtes met elkaar verbonden. Hierdoor kan het oppervlak bijzonder glad overkomen.
Voor creatieve activiteiten met kinderen zijn bovendien vrije weeftechnieken interessant. Daarbij kunnen bijvoorbeeld garens van verschillende diktes, stroken stof, linten, koorden, stroken papier of natuurlijke materialen in het weefsel worden verwerkt.
Ook wat het weefapparaat betreft zijn er verschillen. Naast klassieke weefgetouwen kunnen eenvoudige weefkaders voor kinderen, ronde weefkaders, zelfgemaakte weefkaders van hout of karton en ongebruikelijke voorwerpen als basis voor weefprojecten dienen.
Weven op de basisschool
Weven is veel meer dan alleen maar bezig zijn met wol. Bij het ontwerpen met textiel grijpen verschillende leer- en ervaringsgebieden in elkaar.
Kinderen maken kennis met materialen, gebruiken gereedschap en passen een traditionele techniek in de praktijk toe. Tegelijkertijd moeten werkstappen worden gepland, volgordes worden aangehouden en creatieve keuzes worden gemaakt.
Bij het weven in de handvaardigheid of in het vak ‘werken en ontwerpen’ kunnen bijvoorbeeld de volgende aspecten aan bod komen:
- Materialen herkennen en onderscheiden
- Eigenschappen van wol, garen en vezels ontdekken
- Gereedschap op de juiste manier gebruiken
- kennismaken met basisweeftechnieken
- Werkprocessen plannen en uitvoeren
- Bewust gebruikmaken van kleuren en contrasten
- Patronen ontwikkelen en voortzetten
- Eigen ontwerpideeën uitvoeren
- Resultaten bekijken en beschrijven
- Kennismaken met ambachtelijk werk en alledaagse textielproducten
Hierdoor kan het weven goed worden gecombineerd met competentiegericht onderwijs.
Weven en het leerplan – textielontwerpen in de praktijk brengen
Textielmaterialen en textieltechnieken bieden talrijke aanknopingspunten in het basisonderwijs. Met name in het vak handvaardigheid en vormgeving kunnen kinderen materialen onderzoeken, ontwerpmogelijkheden uitproberen en eigen werkstukken ontwikkelen.
Bij het weven ontstaat daarbij een bijzonder goed te volgen werkproces: van het kiezen van de materialen via het opspannen van het weefgetouw en het eigenlijke weven tot het ontwerpen en afwerken van het werkstuk.
Voor leerkrachten biedt deze techniek bovendien goede mogelijkheden voor differentiatie.
Beginners kunnen bijvoorbeeld met weinig kleuren en een eenvoudige platbinding werken. Gevorderde kinderen kunnen patronen ontwikkelen, verschillende soorten garen combineren of extra materialen in het weefsel verwerken.
Ook vakoverschrijdende verbanden zijn mogelijk. Terugkerende weefpatronen kunnen wiskundige reeksen en structuren zichtbaar maken. Kleurontwerp biedt aanknopingspunten voor de kunstles. De geschiedenis van de textielproductie maakt verwijzingen naar vroegere leef- en werkomgevingen mogelijk.
Zo wordt een weefproject al snel meer dan alleen een individueel werkstuk.
Wat heb je nodig om te weven?
De basisuitrusting voor het weven is overzichtelijk. Voor veel projecten volstaan al een weefgetouw, kettinggaren, wol en een weefnaald.
Afhankelijk van het project kunnen er nog andere materialen worden toegevoegd:
- Weefgetouw of rondweefgetouw
- Weefnaalden
- Weefschuifjes
- Weefkam
- Kettinggaren
- Wol en effectgarens
- Katoengaren
- Stofstroken
- Linten en koorden
- Viltwol
- Natuurlijke materialen
- Houten stokjes voor wandkleden
- scharen
Welk materiaal geschikt is, hangt af van de leeftijd van de kinderen en van het geplande weefproject.
Voor de eerste weefprojecten worden garens die goed in de hand liggen en overzichtelijke formaten aanbevolen. Wie al ervaring heeft opgedaan, kan experimenteren met fijnere materialen, complexere patronen en verschillende structuren.
Wat kunnen kinderen weven?
Weven hoeft niet beperkt te blijven tot het klassieke rechthoekige weefwerk. Zelfs vanuit eenvoudige basisprincipes kunnen zeer uiteenlopende projecten ontstaan.
Populair zijn bijvoorbeeld kleine wandkleden, onderzetters, afbeeldingen, dieren, decoraties, hangers of seizoensgebonden ontwerpideeën.
Ook abstracte werken bieden veel creatieve speelruimte. Een interessante opdracht kan bijvoorbeeld zijn om uitsluitend met warme of koude kleuren te werken, een bepaald kleurpatroon te ontwikkelen of verschillende materialen zo te combineren dat er zoveel mogelijk oppervlaktestructuren ontstaan.
Op deze manier kan hetzelfde basisprincipe worden toegepast voor verschillende leeftijds- en vaardigheidsniveaus.
Weven bevordert geconcentreerd en zelfstandig werken
Bij het weven herhalen zich bepaalde bewegingen en werkprocessen. Tegelijkertijd moet nauwkeurig worden geobserveerd op welke plaats de draad over of onder de kettingdraden wordt geleid.
Hierdoor ontstaan overzichtelijke handelingen die kinderen steeds zelfstandiger kunnen uitvoeren.
Het is bijzonder motiverend dat de vooruitgang direct zichtbaar is. Rij voor rij groeit het eigen werkstuk.
Als er verschillende kleuren, patronen of materialen worden aangeboden, ontstaan er ondanks dezelfde basistechniek zeer uiteenlopende resultaten. Daardoor is weven bijzonder geschikt voor onderwijssituaties waarin een gemeenschappelijke techniek wordt aangeleerd, maar individuele vormgeving uitdrukkelijk gewenst is.
Weven zonder voorkennis – ook thuis eenvoudig uit te voeren
Weefprojecten zijn niet alleen geschikt voor scholen en onderwijsinstellingen. Veel ideeën kunnen net zo goed samen met kinderen thuis worden uitgevoerd.
Wie voor het eerst gaat weven, heeft geen speciale handwerkervaring nodig. Het basisprincipe is snel te begrijpen en stap voor stap uit te proberen.
Het belangrijkste is vooral een goed voorbereid weefraam. Als de kettingdraden gelijkmatig zijn gespannen, kunnen kinderen vaak al na een korte introductie zelfstandig verder werken.
Zo wordt weven een creatieve bezigheid waarbij niet voortdurend nieuwe werkstappen hoeven te worden uitgelegd.