Gemaakte speldenkussens
Creatief boetseren en textielwerk met luchtdrogende boetseerklei en vilt
De kinderen maken een functioneel naaldkussen in de vorm van een beer of een kat van luchtdrogende boetseerklei. Daarbij worden beeldend vormgeven, schilderen en eenvoudige naaitechnieken met elkaar gecombineerd. Het zelfgenaaide en gevulde vilten kussentje wordt ten slotte in het geboetseerde dierenfiguurtje geplaatst.
Geschikt voor:
vanaf groep 4
vanaf 9 jaar
Textielontwerpen
Knutselen & ontwerpen
Tijdsbestek:
2-3 lesuren
Let op: houd rekening met de droogtijden
Leergebied:
- Modelleren
- Textielontwerpen en naaien
- Beeldend werk
- Kunst
- Fijne motoriek
Wat wordt er onderwezen?
De volgende competentiegebieden worden met dit model bijzonder versterkt:
Vakkennis:
- basisvaardigheden op het gebied van modelleren, gladstrijken en verbinden toepassen
- kennis maken met de verschillende eigenschappen van modelleerklei en vilt
- eenvoudige textieltechnieken zoals aan elkaar naaien, binnenstebuiten keren en vullen uitproberen
Creativiteit:
- De beer of kat individueel in vorm en kleur ontwerpen
- Gezicht, patroon en oppervlakken bewust ontwikkelen
- vanuit een functioneel basisidee een persoonlijk dierenfiguurtje ontwerpen
Persoonlijke ontwikkeling:
- geconcentreerd werken gedurende meerdere werkfasen
- eigen ontwerpbeslissingen nemen en uitvoeren
- tussentijdse resultaten controleren en verder ontwikkelen
Motorische vaardigheden:
- De fijne motoriek trainen door te boetseren, knippen en naaien
- De oog-handcoördinatie verbeteren bij het vormen en in elkaar zetten
- Gereedschap en materialen steeds zekerder en gecontroleerder gebruiken
Dit is nodig:
Materiaal:
- luchtdrogende boetseerklei
- Acrylverf
- Kleurstiften
- Knutselvilt
- vulvezel
- knopen
- Naai garen
- Hobbylijm
Ook nuttig:
- Modelleerondergrond
- Passer
- Vochtige doekjes
- Keukenrol
- Waterbeker
- Mengpalet
Gereedschap:
- Modelleerhoutjes
- Modelleermessen
- Modelleerrollers
- Schuurpapier
- Afplaktape
- Penselen
- Schaar
- Naainaald
- spelden
Lesverloop:
Om te beginnen bekijken de kinderen de twee dierenmodellen en onderzoeken ze hoe uit eenvoudige basisvormen het lichaam en de kop ontstaan. Daarbij wordt ook de functie van het latere naaldkussentje besproken. Vervolgens kiezen ze tussen een beer en een kat en bedenken ze welke kleuren, patronen en gelaatstrekken hun figuur moet krijgen.
In het praktische gedeelte wordt eerst het dierlijke lichaam gemodelleerd en wordt er een passende uitsparing voor het viltkussentje gemaakt. Het hoofd en andere vormelementen worden apart gemaakt, door ze op te ruwen en te bevochtigen stevig met elkaar verbonden en gladgestreken. Tegelijkertijd of tijdens de droogfase wordt uit twee vilten cirkels een klein genaaid kussentje gemaakt, dat wordt omgekeerd en met vulvezel gevuld.
Nadat alles volledig is opgedroogd, worden de modellen voorzichtig geschuurd, met acrylverf bewerkt en met stiften aangevuld. Met masking tape kunnen heldere kleurvlakken worden gecreëerd. Tot slot worden de knoopdetails bevestigd en wordt het viltkussentje in de daarvoor bestemde uitsparing gelijmd. De voltooide werken kunnen met elkaar worden vergeleken wat betreft vorm, functie en individuele vormgeving.
ONZE TIP:
Maak gebruik van de droogtijd om aan het textielwerk te werken: terwijl de beer en de kat drogen, kun je de vilten kussentjes op maat knippen, naaien en vullen. Zo hoef je nauwelijks te wachten en kun je het project prima over meerdere uren verdelen.
Zo werkt het:
STAP 1
Snijd een stukje boetseerklei (ca. 100 g) af en kneed dit tot het handwarm is. Verpak de rest van de klei luchtdicht.
STAP 2
Vorm de klei tot een rol.
TIP! Als de boetseerklei tijdens het bewerken droog wordt, kun je je handpalmen of de klei met water bevochtigen. Hierdoor wordt de klei weer zachter en laat hij zich gemakkelijker boetseren.
STAP 5
Rol de boetseerklei (ca. 70 g) uit tot een dikte van ca. 5 mm.
Teken met een modelleerstift de kop op de boetseerklei en snijd deze met een mes uit.
Bevochtig vervolgens je vingers met een beetje water en strijk de rand glad.
STAP 6
Zet de rol en de berenkop in elkaar. Dat wil zeggen: maak de twee plaatsen die elkaar raken ruw met een mes of een modelleerstokje. Bevochtig deze plaatsen met een beetje water. Druk beide delen tegen elkaar aan.
Strijk de verbindingsplaatsen van de twee onderdelen glad met een modelleerstokje.
STAP 7
Vorm een neus van de resterende boetseerklei (ca. 10 g). Maak, zoals eerder beschreven, de overgang tussen de neus en het gezicht ruw. Bevochtig deze plekken met water, druk de delen tegen elkaar aan en boetseer ze glad.
STAP 8
Maak een papieren sjabloon voor het viltkussentje. Teken met de passer (ca. 5 cm) een cirkel op het papier en knip deze uit. Knip twee cirkels uit vilt in verschillende kleuren.
STAP 11
Knip een stuk naaigaren (ca. 30 cm) af en rijg dit in een naald.
Rijg telkens twee knopen van dezelfde kleur, tegen elkaar aan, aan elkaar tot een ketting. Leg deze ketting opzij, deze heb je later nog nodig.
STAP 12
Maak het gedroogde berenmodel glad met schuurpapier.
Om vloeiende kleurovergangen te krijgen, de kleurvlakken afbakenen met afneembare afplaktape.
Schilder de kleurvlakken, verwijder de afplaktape, laat de verf drogen en herhaal dit met zoveel kleuren als je wilt.
ONZE TIP:
Leg het gemodelleerde werkstuk, dat op een stuk keukenrol ligt, in een plastic zak (of dek het af met plasticfolie). Laat het 1–3 dagen langzaam in de zak (of onder de folie) drogen. Laat daarna het restvocht aan de lucht (zonder zak) verdampen (ca. 1–2 dagen, afhankelijk van de grootte van het werkstuk). Let op: niet in de zon leggen, geen warmte toedienen!