Een uil boetseren van zachte klei
Herfstig boetseerproject met zachte klei
Bij dit boetserproject wordt uit luchtdrogende zachte klei een uil als plat reliëf gemaakt. Het basislichaam, de vleugels, de ogen en de snavel worden opgebouwd uit afzonderlijke kleivormen. Bij het hoofdmodel bestaat het verenkleed uit vele kleine, ovale elementen van zachte klei, die schubachtig worden gerangschikt.
Het project combineert boetseren, oppervlaktebewerking en kleureffecten met het thema bos en inheemse dieren.
Geschikt voor:
vanaf groep 4
vanaf 9 jaar
Knutselen & ontwerpen
Tijdsbestek:
4-5 lesuren
Let op: houd rekening met de droogtijden
Leergebied:
- Modelleren en beeldhouwen
- Relief en oppervlaktestructuur
- Ervaring met materialen en gereedschappen
- Kunst en kleurgebruik
Mogelijkheden tot differentiatie:
Het project laat zich goed onderscheiden door de vormgeving van het verenkleed. Bij het meer veeleisende model ontstaan veel kleine ovale elementen van zachte klei, die afzonderlijk worden gevormd en als schubben op het lichaam van de uil worden aangebracht. Om het beginnersvriendelijker te maken, wordt in plaats daarvan met een modelleerstokje een gaasstructuur in de nog zachte soft-klei aangebracht. Nadat het geheel volledig is opgedroogd en beschilderd, worden ingekorte veren met wat hobbylijm in de openingen gestoken.Meer informatie
Wat wordt er onderwezen?
De volgende competentiegebieden worden met dit model bijzonder versterkt:
Vakkennis:
- De eigenschappen van luchtdrogende zachte klei leren kennen en hiermee rekening houden bij het boetseren.
- Vormen ontwikkelen uit een kleiplaat en afzonderlijke onderdelen tot een reliëf samenvoegen.
- Modelleergereedschap, verf en andere materialen op de juiste manier gebruiken.
Creativiteit:
- Lijnen, herhalingen en ritmes bewust inzetten bij het ontwerpen van oppervlakken.
- Kleuren en grafische details selecteren en met elkaar combineren.
- Richtlijnen individueel aanpassen en eigen ontwerpbeslissingen nemen.
Sociaal gedrag:
- Geduld en doorzettingsvermogen opbouwen bij het bewerken van een werkstuk dat gedurende meerdere lesuren tot stand komt.
- Werkstappen steeds zelfstandiger uitvoeren en bij moeilijkheden naar geschikte oplossingen zoeken.
- Meerfasige werkprocessen, van het modelleren en drogen tot de uiteindelijke afwerking, doorgronden en organiseren.
Dit is nodig:
Materiaal:
- Zachte klei in terracotta of wit
- Acrylverf
- Acrylstiften
- Pennen
Ook nuttig:
- Werkblad voor klei
- Schildersponzen en penselen
- Mengpalet
- Schuurpapier
- Waterbakje
- Potlood
- Keukenpapier
- Plastic folie of plastic zakjes
Gereedschap:
- Modelleerroller of deegroller voor kinderen
- Modelleerspatel
- Modelleergereedschap
- Klei- en kneedpers
- Schaar of mes
Lesverloop:
Om te beginnen kunnen de typische kenmerken van een uil worden bekeken en tot eenvoudige vormen worden teruggebracht. Vervolgens maken de leerlingen kennis met zachte klei als kneedbaar materiaal en bouwen ze een plat reliëf op uit een basisvorm, vleugels, ogen en een snavel.
Bij het hoofdmodel wordt het verenkleed gevormd door vele kleine, ovale kleivormen. Daarbij wordt bewust gebruikgemaakt van herhaling, ritme en oppervlakte-effecten. De gedifferentieerde variant bouwt voort op hetzelfde ontwerpidee, maar vervangt de gemodelleerde veren door een structuur met gaatjes waarin echte veren zijn verwerkt.
Na de droogfase wordt de uil ingekleurd. Tot slot kunnen verschillende verenkleedstructuren, materialen en kleureffecten gezamenlijk worden bekeken en vergeleken.
Alle werkstappen voor de uitvoering vind je uitgebreid en met afbeeldingen in de gratis PDF-handleiding die je kunt downloaden.
ONZE TIP:
Bij het hoofdmodel eerst meerdere stukjes klei van dezelfde grootte voorbereiden en deze vervolgens samen vormgeven en rangschikken. Dit bundelt de werkstappen en maakt het voor de kinderen gemakkelijker om een gelijkmatige veerstructuur op te bouwen.
Zo werkt het:
STAP 3
Rol nog een plaat zacht klei uit (ca. 7 mm dik). Snijd beide vleugels en het hart (snavel) uit.
STAP 4
Leg de vleugels op het model en druk ze stevig aan. Strijk de randen van de vleugels glad met water.
TIP! Om de Soft-Ton-onderdelen beter te laten hechten, maak je met een mesje kleine inkepingen in de achterkant van de onderdelen die je wilt aanbrengen. Maak ook lichte inkepingen in het oppervlak waarop de onderdelen worden geplaatst. Breng met je vinger een beetje water aan op beide opgeruwde plekken.
STAP 5
Rol een derde plaat zachte klei uit (ca. 7 mm dik). Teken beide ogen (elk 2 x ca. 32 mm, ca. 26 mm) met de passer of het perforatiesjabloon op de klei af. Snijd de oogschijfjes met het mes uit.
STAP 6
Maak de oppervlakken ruw, plaats de losse onderdelen (ogen en snavel) erop en druk ze stevig vast. Strijk de randen van de ogen en de snavel glad met water.
Maak met een modelleerstokje gaatjes in het lichaam van de uil.
STAP 7
Maak de gaatjes glad met een penseel en een beetje water. Laat het model drogen.
TIP! Om scheurvorming te voorkomen, moet de zachte klei langzaam drogen. Let op: laat het model niet in de zon drogen, vermijd warmte!
STAP 8
Nadat het model is opgedroogd, de randen gladschuren met schuurpapier.
Breng de gewenste kleuren met een penseel of sponsje aan op het model. Laat de verf drogen.
TIP! Kleuren zijn onderling mengbaar. Pastelkleuren ontstaan door kleuren met wit te mengen.
Gedifferentieerd model:
Veren van zachte klei
Bij het hoofdmodel worden eerst het basislichaam, de vleugels, de ogen en de snavel van zachte klei gevormd. Voor het verenkleed wordt vervolgens met behulp van de klei- en kneedpers een gelijkmatige kleistreng gemaakt en in stukken van ongeveer 7 mm dik verdeeld. Deze worden ovaal gevormd en vervolgens rij voor rij op het lichaam bevestigd. Door de herhaalde rangschikking ontstaat een schubachtige veerstructuur.
Juist deze werkstap vereist fijne motoriek, doorzettingsvermogen en een zo gelijkmatig mogelijke werkwijze. Voor meer ondersteuning kunnen minder rijen veren worden aangebracht of grotere stukken klei worden gebruikt. Ook licht voorgetekende rijen op het basislichaam helpen bij de oriëntatie.
STAP 3
Rol opnieuw een plaat Soft-Ton uit (ca. 7 mm dik). Snijd beide vleugels en het hart (snavel) uit.
STAP 4
Leg de vleugels op het model en druk ze aan (zoals beschreven in de TIP). Strijk de randen van de vleugels glad met water.
TIP! Voor een betere hechting van de soft-klei-onderdelen: maak met een mesje kleine inkepingen in de achterkant van de te bevestigen onderdelen. Maak ook lichte inkepingen in het oppervlak waarop de onderdelen worden geplaatst. Breng met je vinger een beetje water aan op beide opgeruwde plekken.
STAP 5
Rol nog een plaat zachte klei uit (ca. 7 mm dik). Teken beide ogen (elk 2 x ca. 32 mm, ca. 26 mm) met de passer of het perforatiesjabloon op de klei. Snijd de oogschijven met het mes uit.
STAP 6
Maak de oppervlakken ruw, plaats de losse onderdelen (ogen en snavel) erop en druk ze stevig vast.
Strijk de randen van de ogen en de snavel glad met water.